Een korte geschiedenis van Oud-Beijerland.
Na de Sint Elisabethsvloed in 1421 veranderde grote delen van Putten en de Groote of Hollandsche Waard in een gebied van kleiplaten en gorzen, die bij hoog water regelmatig overspoelden. Hierdoor was het gebied nauwelijks door mensen bewoond. In de eeuwen na de ramp werden stukken land weer omdijkt.
Oud-Beijerland is gesticht in 1559 als Beijerland door graaf Lamoraal van Egmont. Hij verwierf in 1557 de rechten van het gebied en liet het bedijken. Vanaf de al bestaande Stougjesdijk werden de nieuwe dijken Oostdijk, Molendijk, Zinkwegsedijk, en Beijerlandsedijk aangelegd. Deze polder kreeg de lange naam Beijerland, Moerkerken, Cromstrijen en de Group. Rond 1624 kwamen er de kleine polders Bosschenpolder en Nieuwlandpolder nog bij. Beijerland is vernoemd naar Sabina van Beijeren, de vrouw van Graaf van Egmont.
In 1582 veranderde de naam in Oud-Beijerland, ter onderscheiding van het nieuwe dorp Nieuw-Beijerland dat enkele kilometers westwaarts werd gesticht.
In 1604 kreeg het dorp de kerktoren van Sabina van Beijeren, en in 1622 werd het Raadhuis over de Vliet gebouwd. Oud-Beijerland werd al snel een van de belangrijkste handelsplaatsen van de Hoekse Waard. Het dorp leefde van handel, industrie, landbouw en visserij.De rijkdom die dit bracht is nog terug te vinden in de statige herenhuizen langs de Vliet. Vanaf het eind van de 19e eeuw tot ca. 1955 verbond een stoomtram van de RTM Oud-Beijerland met Rotterdam.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten